HET   ST-JACOBSPLEIN                                                          Leo GALICIA    6

           

Dit plein ligt aan de bekende St.-Jacobskerk, deze met de klok buiten de toren.

Het is zeker niet "het oude kerkhof van de St.Jacobsparochie", zoals wel eens wordt beweerd. Dit kerkhof lag tussen de Kruis- en de Pelgrimsstraat.

Het huidige St.-Jacobsplein, alias "de Biest of het Biestpein", was vroeger een onbebouwd en drassig stuk grond, her en der begroeid met biezen.

 

Het “Plaine des Joncs” ( Biestplein)  in 1813            

 

Vandaar kreeg het trouwens de naam van "de Biest". Er was zelfs sprake van een poel, de "Doelage" (Dooleeg), die het regenwater van de aanpalende straten en huisjes opving. Door middel van een paar grachten werd dat water afgeleid naar de nabije Voer.

 

In 1774 kreeg jonker P.J.Van der Schrieck, eigenaar aldaar van een stuk grond met een woning erop, de toelating om een van die grachten te dempen. Hij mocht dit echter maar doen op voorwaarde dat hij, op eigen kosten, een afloop zou aanbrengen. Toen dat gebeurd was, begon men de plaats te nivelleren en in 1793 werd beslist er een veemarkt in te richten. Het is evenwel pas in 1824 dat de plaats helemaal werd geëffend en dat rondom kastanjebomen werden aangeplant. Er kwam tevens een houten afsluiting, waaraan toen het te koop aangeboden vee werd vastgebonden. Rondom werden langzaamaan huizen gebouwd.

Door de herinrichting van dit plein was de plaatselijke "Wipmaatschappij van St.Jacob", die hier haar vogelroede had opgesteld, verplicht haar "doorziende loods ofte Hangar Chinois", evenals de wip zelf, te "amoveren ende verplaetsen achter den ijzermolen in eene weyde". Bij K.B. van 26.3.1826 werd de stad gemachtigd om twee jaarmarkten te houden voor paarden, hoornvee en varkens.

 

Vanaf 1827 zou de vee- en paardenmarkt er plaatsvinden. De voornaamste jaarmarkt is nog altijd deze van de eerste maandag van september (Leuven-kermis). Nog ieder jaar lokt ze een massa volk naar Leuven. Door de Leuvenaars wordt dit plein trouwens nog altijd "de paardenmarkt"' genoemd.

 

 

     

De Pastorij met park anno 2004      Links het Instituut “ Mater Dei”       Het St.- Jacobsplein anno 2004  

 

 

In 1840 werd de houten omheining vervangen door arduinen palen, onderling verbonden met ijzeren staven, zodat het plein een Warande werd, zoals de omwonenden het nog steeds kennen. Deze omheining werd in 1933 op haar beurt vervangen door een andere.

 

De zuidzijde van het plein (d.i. aan de tegenovergestelde zijde van de kerk) wordt vrijwel geheel ingenomen door het Instituut "Mater Dei", beheerd door de Zusters van Liefde. Deze instelling werd in 1794 gesticht door Jan-Baptist Van Couwenberghe, alsdan pastoor van de St.Jacobsparochie.

 

Nadat de zusters een tijdlang hadden gewoond op de Capucijnenvoer in het klooster van de Engelse Nonnen, werd in 1867 op het St.Jacobsplein een eigendom aangekocht van Henry de Cocquereau. De oude gebouwen werden afgebroken om er nieuwe op te richten volgens de plannen van een Antwerps architect Edward Leclef. Deze kloosterorde houdt zich bezig met het geven van onderwijs en het leiden van enkele tehuizen voor bejaarden: ter plaatse zelf de instelling "Mater Dei", maar aan de oostzijde van het plein ook "Ter Biest" en "St.Carolus".