IN MEMORIAM Frans-Albert LEFEVER (1916-2005) 3
Bijdrage Herman VAN DER HAEGEN, prof. em. en Paul REEKMANS

Ons medelid FA. Lefever kenden we als een zeer beminnelijk, bescheiden en erudiet man.
In zijn beroepsleven was hij leraar geschiedenis en later provisor aan het Koninklijk Atheneum Pitzemburg te Mechelen.
Voor zijn studenten was hij de strenge leraar Retorica, maar altijd de behulpzame leraar, die zijn pupillen door de schoolpoort hielp niet alleen met een diploma middelbaar onderwijs, maar veel belangrijker nog met een degelijke bagage om de weg door hogere studies en door het leven met succes te bewandelen.
Hij zou, zoals zoveel Vlamingen van zijn generatie, zijn kennis ook belangloos ter beschikking stellen van een bredere maatschappelijke groep en realiseerde dit op een voor ons prachtige wijze in zijn woonplaats Leuven.
Hij werd in 1960 stichtend en tevens bestuurslid van de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Leuven en Omgeving. Als classicus, maar meer nog als historicus was hij geboeid door de geschiedenis van zijn stad Leuven.
Voor onze vereniging zou hij niet alleen talrijke excursies leiden in het Leuvense maar schreef hij ook meerdere interessante bijdragen in ons tijdschrift o.m. over huizen van Leuven, die hem speciaal boeiden, zoals het huisje naast de Barbarakapel, over de meesterwoning van wijlen staatsminister Gaston Eyskens op de Naamsestraat, of een bondige studie over de typische Franse stijlen, zoals men deze terugvindt in de woningen van de Leuvense burgerij, over de architect Piscador en architectenfamilie Van Arenbergh.
In 1967 was hij de gedreven medewerker van de eerste “Inventaris van de Leuvense woonhuisgevels” die dienen beschermd te worden”. Later volgde een “Inventaris van het Leuvense Architectuurpatrimonium”, ditmaal opgesteld in opdracht van de Leuvense werkgroep voor Monumentenzorg, die op 11 juni 1971 werd geïnstalleerd.
Tevens vervulde hij een belangrijke rol bij de moderne Leuvense Gidsenopleiding. Met zijn pedagogische gaven nam hij in 1968 de taak op zich een vernieuwde gidsenopleiding uit te bouwen en verzorgde hierbij ook een reeks cursussen.
Toen een vernieuwde werkgroep Ruimtelijke Ordening niet alleen de architectuur van nieuwe woningen evalueerde op hun esthetische kwaliteiten maar ook een effectieve rol bij de stadsvernieuwing te spelen kreeg, werd hem gevraagd hiervan samen met Paul Reekmans, deel uit
te maken. F.A. Lefever waakte er zorgvuldig over dat het belangrijk historisch patrimonium van de stad hierbij met de nodige zorg behandeld werd. Ook aan de grote studie “Leuven 2000 Survey van het stadsgewest” leverde hij een gewaardeerde bijdrage.
Hij aanvaarde mee te werken aan de - helaas te vertrouwelijk gebleven en stopgezette - "Facetten van Leuven". Hij publiceerde als nr. 3 de brochure "Van Gildehof tot Stadspark".
Ook bij het opstellen van de verklarende historische teksten die op de toeristische platen voorkomen die onze voornaamste monumenten sieren - voor zoverre ze niet de buit werden van souvenirjagers - werkte hij actief mede.
De heer Lefever verbleef om gezondheidsredenen maar mentaal zeer alert samen met zijn vrouw, die onverwacht op dezelfde 18 mei 2005 zou overlijden, in het rusthuis van Holsbeek. De laatste decennia volgde hij weliswaar passief maar toch nauwlettend het Leuvense gebeuren. “Het was nu de taak van de jongeren”, zei hij ons jaren terug, “om het prachtig oudheidkundig patrimonium van onze stad te bewaren en te laten herleven volgens hun eigen beleven". Hij apprecieerde dan ook sterk dat onze voorzitter hem "de Prentenatlas van het Oude Leuven" te Holsbeek kwam overhandigen.
Met het heengaan van de heer Lefever betreuren we niet alleen dat een belangrijk lid van en voor onze vereniging ons verliet maar ook één van de Leuvenaars die meehielpen aan het nieuwe prachtige Leuven gestalte te geven.