DE BARBARASITE                          Paul Reekmans                               8

 

Onuitgesproken reactie voor de info-avond  “Project Barabarasite”.

 

Geachte Vergadering,

Laat me toe een korte historiek te maken van deze site vanaf 1960.

Niemand was gelukkig met de kaalslag die de Boerenbond in gang bracht nu 45 jaar geleden. De Barbarakapel moest verdwijnen voor de uitbreiding van de Boerenbond, zelfs het zo lang gekoesterde traptorentje van bouwmeester en peetvader  Helleputte op de binnenkoer van de Gilde voor Handel en Nijverheid kreeg geen genade in de ogen van de bazen van de Boerenbond. In de Parijsstraat, de Waaistraat en de Barbarastraat moesten tal van huizen verdwijnen.

 

St. Barbarakapel, september 1961

 

Van die geliquideerde huisgevels werd niet eens een fotografische inventaris gemaakt, slechts Sint-Niklaas kreeg schoorvoetend een nieuwe toekomst in het Begijnhof. Een statig burgershuis bleef behouden. Misschien omdat de geest van Emiel Vliebergh er in de buurt nog rondwaarde. Hopelijk mag het blijven staan. De jezuiëtenkapel kende ook geen genade. Hoewel. Ze was haar ligging wel in goud waard…voor de Boerenbond en waarschijnlijk ook voor de Jezuiëten die met de handen op het hart van Joannes Berchmans graag naar Heverlee uitweken.

 

Het stadsbestuur speelde het spel mee bij het neerslaan van het huisje in de Barbarastraat gedateerd 1692, maar beloofde tenminste het geveltje ooit ergens op een geschikte plaats te herbouwen. De bouwstenen werden weliswaar op een slordige manier weggehaald (bouwondernemers hebben altijd haast om plaats te maken) ze werden opgeslagen in een of ander stadsmagazijn in afwachting van…. Juttemis?

 

Uiteindelijk werd aan de nieuwbouw gewerkt en er werd een immens grote put gemaakt. Maar plots stagneerde het entoesiasme.                                                           Ik weet niet welk de oorzaak was dat de bouw vertraging opliep. Aan geld zal er wel geen gebrek geweest zijn. Aan bouwtoelatingen evenmin. Was de ondernemer al in faling?

Men sprak van de toestand van de ondergrond. Archeologische gevoeligheden? Die bestonden toen nog niet. Een archeologische dienst bestond evenmin en had die bestaan, dan zou er wel voor gezorgd worden dat de archeologen wandelen werden gestuurd.

Water misschien?  Ja, misschien. Men vergeet immers al te gemakkelijk dat Leuven in een alluviaal dal ligt. Nog altijd.   

                         

Toch had men in het monumentenjaar 1975 al oog voor de noodzaak voor het bewaren van de skyline. Men was er ook van bewust geworden dat men al genoeg had gesloopt en afgebroken. Meer dan in twee wereldoorlogen werd tussen 1945 en 1975 vernield. Nieuwbouw zou binnen de eerste stadsmuur nooit boven het gabariet van de bestaande huizen mogen gaan. Niet hoger dan de nok van het hoogste bestaande huis. (De olifanten van de Sint-Pietersklinieken  niet in acht genomen).

Intussen stond hier een kleine olifant te pronken.

Plannen voor de bebouwing van de parking werden afgelast omdat het project van een bouwpromotor te onrealistisch bleek. Een toren die de Barbarastraat zou overbruggen tot aan de oever van de Dijle werd niet aanvaard.

 

  

Perspectiefzichten Barabarahof .             Bron:  www. Leuven.be/stadvernieuwing

 

Dat de olifant van de Boerenbond nu mag verdwijnen, mag men als normaal aanvaarden. Het karakter van een leefbaar – historisch stadskwartier moet behouden blijven.

 

 

Dit is hier trouwens een beschermd stadsdeel binnen de zone van de Dijle Predikherenkerk – Oude Markt.

 

Niet alleen de physische toestand van de gebouwen, maar ook de aanblik van het landschap behoort tot het stedelijk erfgoed. De Predikherenkerk (1248) mag ook van ver gezien worden. Dit zicht dat een herkenningswaarde heeft mag men niet zo maar wegmoffelen.

 

Simulatie van het verdwijnend stadszicht op de Predikherenkerk door het nieuwe stadsproject

 

 

Dat hier voor woningbouw moet gezorgd worden ligt in de lijn van het verleden. Handelspanden  horen thuis in de winkelstraten Parijsstraat en in de Brusselsestraat.

 

Maar wat in ieder geval moet gebeuren vooraleer met de graafmachines de aanval in te zetten, is een nauwkeurig archeologisch en historisch onderzoek van de ondergrond. Prof. Em. J. Mertens, van de KU-Leuven, heeft altijd beweerd dat hier de kern lag van de site en hij had zijn redenen. Professoren Provoost en Loddewijckx geven hem groot gelijk en moeten die visie steunen en bewijzen. Dit is de meest gevoelige en meest kwetsbare plek van de stad. Hier ligt de bakermat, de geboorteplaats van Leuven gekoesterd aan een bocht van de Dijle. Gallo-romeinen en Vikings hebben hier sporen nagelaten.

De archeologische dienst van de stad moet hier de verantwoordelijkheid nemen en moet nu zijn nut bewijzen en zijn rol spelen. De universiteit staat klaar om dit onderzoek bij te staan.

 

Het is niet alleen een verantwoordelijkheid over de geschiedenis van Leuven,  ook de hele regio is hier bij betrokken. Heel Vlaanderen kijkt toe hoe Leuven met de relicten van de geschiedenis omgaat.

Laat aan de samenleving niet de gelegenheid de bouwheren met de vinger te wijzen, omdat ze hier kansen lieten verloren gaan om oud en nieuw te verzoenen.

 

Dames en heren, hier moet gewerkt worden aan een Barbarasite.

Maar laat het – in ’s hemelsnaam - geen Barbarensite zijn.

 

Paul Reekmans.

Lic.kunstgeschiedenis en oudheidkunde (1949), KU-Leuven

Oud-leraar kunstgeschiedenis - Academie voor Schone Kunsten te Leuven

Voorzitter van het Leuvens Historisch Genootschap   Leuven 2005.