HET STRUIFVOGELSPEL Rik Struyven 20
Het gaat niet goed met de volkssport in Vlaanderen. Een vergelijking tussen steekproeven in 1982 en 2002 toont een serieuze daling van het aantal beoefenaars en het aantal verenigingen.
Twee lichtpunten: het percentage vrouwelijke volksbeoefenaars groeit procentueel en de beoefenaars organiseren zich meer in verenigingen.
(...uit een artikel van Jaak Poot over volkssporten )

‘Struifvogel’ (VVC)
In onze buurt is het niet anders. Het eens zo populaire “struiven” wordt nog maar zeer sporadisch en op enkele plaatsen in het Leuvense beoefend. Toegegeven, struiven is nu niet onmiddellijk een makkelijke sport. Immers, een aantal metalen schijven over een bepaalde afstand in een schuin opgericht kleibak gooien is nu niet meteen een sport voor doetjes. We laten even Leuvenaar Louis Liboton aan het woord:
“Vroeger speelden wij volop struifwerpen in de zomer” vertelt hij. Liboton is struifwerpmeester van Den Bruul in Leuven. “Maar die mannen zijn oud geworden en gestorven. De oudjes van vandaag? Die zitten op een bank te verroesten. Die willen geen vuile handen meer krijgen. Dus sterft onze sport langzaam uit”.
In het begin van de 20ste eeuw was struifwerpen een populaire volkssport in heel Brabant. Nu vind je alleen nog een paar restanten in Leuven, Tienen en Aarschot. “Het is nochtans een goed amusement” treurt Liboton. “Op Den Bruul” hebben we nog twee struifbakken. Een grote buiten en een kleine binnen. Maar ja, wie speelt er nog op? Een of twee keer per maand leg ik het spel uit aan een groep buitenlanders of studenten. Maar de vaste klanten van Den Bruul? Die moeten er niet van weten. Je krijgt vuile handen als je de struiven uit de natte leem trekt en het bord glad strijkt voor de volgende beurt. Als er studenten zijn die willen komen spelen zijn ze altijd welkom. Zeg maar dat ze moeten vragen naar Gerard, de garde van Den Bruul. Die komt mij dan wel halen”.
Hoewel de naam van de volgende volkssport “het struifvogelspel” het kan laten vermoeden heeft het helemaal niets te maken met het vorige. Het is zelfs totaal verschillend.
Een korte beschrijving van het spel zelf leert ons dat we het zowel buiten als binnen kunnen beoefenen. Een mooi gesculpteerde houten vogel met gespreide vleugels hangt aan een riem die bevestigd is aan de zoldering (buiten aan een daartoe speciaal opgerichte stellage). In de bek van de vogel is een scherpe pin geschoven en aan de staart hangt een klein leren riempje, die de speler toelaat de struifvogel naar zich toe te trekken. Op een daartoe vooraf bepaalde plaats, stelt de speler zich op, richt en mikt de houten vogel naar de “roos”, die een aantal meters verder tegenover hem opgesteld staat. Dan laat hij de vogel los.
Met een sierlijke halve boog zwaait de vogel naar de “roos” en plant er de ijzeren pin in.
Die blijft steken, men leest en noteert de behaalde punten, de spelmeester verwijdert de ijzeren pin en de struifvogel die in zijn retour opnieuw belandt is bij de speler wordt opnieuw voorzien van zijn scherpe bek!
Men kon spelen voor een hoog en een laag getal. Wie 5 maal het binnenste van de roos trof was “koning”. Iemand die bv. 5 keer de 1 raakte, kon zich prins noemen.
In onze parochie werd het struifvogelspel in al zijn glorie beoefend door de roemruchte vereniging “Les Bons Vivants de Saint Jacques” opgericht aan het einde van de negentiende eeuw. G. Fripon, een oud-lid van deze ondertussen ter ziele gegane vereniging vertelde ons, dat in eerste instantie het aantal leden van “Les Bons Vivants” strikt gelimiteerd was.
Er werden maar 20 leden toegelaten. Bovendien werden alleen bewoners van de St.-Jacobsparochie toegelaten en gaf men in die tijd reeds de voorkeur aan “zelfstandigen”. Handelaars, winkeliers en ambachtslui van ter plekke genoten duidelijk de voorkeur. Met Sint-Jacobkermis en ook met Leuven Kermis, werden er grote schietingen gehouden, die ook voor “buitenstanders” toegankelijk waren en waarbij men allerlei bescheiden prijzen in de wacht kon slepen.
Café Kuythoek hield het langst stand met zijn struifvogelspel. Op het St.-Jacobsplein was het (verdwenen) cafeetje “Bij Rik Vandecauter” of - hoe kan het anders – bij Rik Struif, jarenlang het clublokaal voor “Les Bons Vivants” Nog vroeger kon men het struifvogelspel eveneens beoefenen in “’t Boelvarreke”, in de Capucienenvoer, rechtover de Kruidtuin. Ook op Terbank aan de Tervuurse poort in “Café Transport”, beter gekend als “Bij Van Zwol kwam men aan zijn trekken voor het beoefenen van deze volkssport.
Wat men hierbij zeker niet mag vergeten, aldus dhr. G. Fripon zijn de jaarlijks weerkerende “teerfeesten”.
Er werd een ganse dag geschranst dat het een lieve lust was en onvermijdelijk stond de befaamde “oxtailsoep” elke keer op het menu…
“Les Bons Vivants” zijn niet meer en het struifvogelspel wordt niet langer beoefend in onze parochie. Naar verluid vliegt de struifvogel nog slechts bij heel uitzonderlijke omstandigheden en werden alle nog bestaande attributen van dit mooie volksspel overgedragen aan het Leuvense museum…