PLAS FOSJ Paul Reekmans
Wat is? Wat was? Wat wordt? Plas Fosj

Er is de laatste tijd veel te doen over de straatnamen/pleinen, waar men problemen maakt met de eer die aan sommige historische figuren wordt toegekend.
Omdat het gegeven zo dwingend is, laten we het vandaag houden bij het Fochplein, bij de Leuvenaars alleen gekend als de Plasfosj. In een patriotistische bui werd in de twintiger jaren van de vorige eeuw aan het vertrekpunt van de Stationsstraat bij de Grote Markt de naam gegeven van de Franse maarschalk Foch, als dank aan hem, die aan het einde van de Eerste Wereldoorlog, mits het opofferen van duizenden soldaten, de overwinning van de vijand kon afdwingen. Een Pyrrusoverwinning, want de vijand die toch nog over genoeg slagkracht beschikte, kon desnoods evenveel manschappen de dood injagen ware het niet dat men het nutteloze hiervan begon in te zien. Men zou kunnen een vergelijking maken met wat er aan het einde van de Tweede Wereldoorlog als huldigingen aan geallieerde generaals zoals Montgomery of Eisenhower werd bedacht. Moeten de straatnamen aan hen gewijd binnenkort ook niet met kritisch oog bekeken worden? Eigenlijk zit het fout om een straat of een plein te willen noemen naar personen, dit met de bedoeling een eeuwige herinnering aan hun aanwezigheid te bevestigen.
Laten we even blijven stilstaan bij straatnamen, waarvan iedereen zich afvraagt waarom de oude gevestigde naam werd gewijzigd. Waarom moest de Wezenberg veranderd worden in Vital Decosterstraat? In de loop van de eeuwen veranderde die straat vijf ŕ zesmaal van naam. De heer Decoster was toch maar nauwelijks enkele jaren burgervader van Leuven tijdens een ambtstermijn die herinnert aan de pijnlijke periode van de bloedige strijd om het algemeen stemrecht. Wie weet nog wie Van Beneden is (voorheen Eierstraat), of Jan Stas ? Die heren, zoals zovele anderen, hebben hun verdienste gehad en het resultaat van hun werk is nog altijd vermeldenswaardig, maar vooraleer een gevestigde benaming te wijzigen zou men moeten nagaan of het erfgoed geen onrecht wordt aangedaan.
Terug naar het Fochplein. Welke reden men ook kan aanbrengen om de naam van het plein te wijzigen, blijft de vraag: hoe wijzigen? Zeker geen persoonsnaam. En hoe dan? Radermarkt? Of Hooimarkt? Zoals het ooit was. Men zou het ook Brabantplein kunnen noemen. Die naam werd vroeger voorzien voor het pleintje in de Statiestraat aan het begin van de Justus Lipsiustraat en de Leopold I-straat, maar werd nooit aangehouden. Men opteert ook voor Vredeplein. Als er ooit een plein bestaat in Leuven waar het hardst gevochten werd ter gelegenheid van een of andere manifestatie dan is het toch wel het Fochplein geweest. Dus zeker geen
Vredeplein, tenzij de naam de belhamels tot betere gevoelens zou kunnen brengen. Maar nu onder ons…als men toch aan wijzigingskoorts begint te lijden betreffende straatnamen, zou men dan niet eerder denken om straatnamen te wijzigen die steevast problemen scheppen? Welke postbode, vervrachter of bode kent het verschil tussen de Predikherenstraat, de Ierse Predikherenstraat en de Predikherinnenstraat?
Als bewoner van de Brusselsestraat pal tegenover de Predikherenstraat, valt het mij herhaaldelijk op dat leveranciers die daar goederen denken te moeten afleveren vertwijfeld staan te turen op hun leveringsbon omdat op het huisnummer waar de levering moet gebeuren niet de persoon of de firma aanwezig is die ze zoeken. Bij nader toezien blijkt op de bon dan "Ierse" Predikherenstraat vermeld te staan. Ook de postboden laten zich aan dit raadseltje vangen. Zou het raadseltje niet eenvoudig kunnen opgelost worden? Dat de Predikherenstraat leidt naar de Predikherenkerk is nogal logisch. Die staat er meer dan zevenhondervijftig jaar. Zou men de Ierse Predikherenstraat geen betere eer kunnen aandoen door ze opnieuw de "Kalkovenstraat" te noemen zoals ze sinds het jaar 1300 gekend was? En geef dan aan de Predikherinnenstraat opnieuw haar vroegere naam "Peperstraat", dan zijn we niet ver van de tijd der Romeinen van wie de herinnering Pepelstraat was geworden. Een pepel is een vlinder.Naar hun vorm werden de tentjes van de Romeinse soldaten die ook op deze plek hun kamp hadden opgericht 'pampilio' genoemd, wat in de volkstaal pepel werd (vlinder). De verbastering naar peper was gauw gevonden. Zo bleef het tot de Predikherinnen er hun klooster hadden gevestigd waaruit ze in de Franse tijd werden verjaagd.
Nu mogen we van de commissie die zich bezighoudt met het geven van de straatnamen toch verwachten dat ze, hoe historisch ook hun bagage moge zijn, ook een beetje logica aan den dag zouden leggen. Het volstaat niet bij het geven van straatnamen voldoening te vinden bij het doseren van namen van mannen of vrouwen, of een vondst als het wijzigen van Eramushof naar Grasmus een succes te noemen. Dat de Weggevoerdenstraat veranderde in Tolhuizenstraat, zoals de Broekstraat haar naam moest ruilen voor Janseniusstraat daarover zal men geen bezwaar maken. Maar dat de Slachtstraat moest wijken voor Wilsonlaan, dan voor Astridlaan om daarna Franz Tielemanslaan te worden, was een gemiste kans om opnieuw Slachtstraat te zijn, zoals ze vroeger gekend was. Met alle respect voor burgemeester Franz Tielemans, wiens naam beter aan een nieuwe straat mocht gegeven worden. Bij de naamgeving van de straten zou men beter het archief raadplegen, vooraleer de recentere geschiedenis krediet te geven. Dan zou men niet voor dergelijke problemen komen te staan, waar plots de liefde of de interesse wat getaand is en men de bewoners verplicht nog maar eens hun adreskaartjes te veranderen. Maar wie zijn we om daarover te oordelen? Wat zouden onze leden daarover denken? Het is maar een voorstel. Gratis. Welke naam men ook zal uitdenken, over vijftig jaar zal de Leuvenaar het nog altijd hebben over Plas Fosj !