HET VERHAAL VAN  TROMMELAAR  JEAN ELLI en NAPOLEON    LHG                 

 

Archief                                                                                            

 

Les membres de la Société des Anciens Militaires de l’Empire dite

La Prévoyance

Font part de la mort de leur frère d’armes

Jean Elli

Veuf de Marie-Thérèse Franckx

 

Né à Bordeaux (France) en 1779. Il est entré en 1791, comme tambour, au service de la France dans le 17ième régiment d’infanterie (dit Royal Auvergne), fit la campagne de 1792 sous les ordres du général Dumouriez, assista à l’action de Fontaine-l’Evêque à la prise de Charleroi, à la bataille de Fleurus en 1794, fut présent en la même année à la prise de la Hollande. En 1795 il passa à l’armée du Rhin sous le commandement du général Moureau, prit part au combat d’Offenbourg et autres attaques, passa soldat en 1796, fit la campagne de Naples en 1797, combattit à Porte-Fermée, à Popola, à Capône, à St.-Severin, à Bonavents, etc., assista à la bataille de Palerme, à l’assaut de la ville de Trente, à la prise de Naples sous les ordres du général Mac-Donald. En 1798 il fut présent à l’action de Modène et Plaisance, prisonnier à la retraite du général russe Suwarow, il fut rendu à la liberté et partit en 1800 pour l’armée batave en Hollande. En 1805 il entra dans la Compagnie des Voltigeurs du susdit régiment, fut présent le 2 décembre à la bataille d’Austerlitz, à celle de Jena en 1806 et autres journées mémorables de cette campagne.

En 1807 il fut présent à la bataille de Koningsberg et à la bataille de Friedland. En 1809 il combattit à Eckmull, à Ratisbonne, à Landshut et finalement le 7 juillet à Wagram où il eut un bras emporté. Après avoir rejoint son dépôt il entra comme lieutenant honoraire à l’Hôtel des Invalides à Louvain en 1812.

Lors du départ des Français, ELLI resta à Louvain où il est décédé le 23 mai 1852 muni des Sacrements de notre Mère la Sainte Eglise.

Ses frères d’armes vous invitent d’assister à une Messe solennelle qui sera célébrée pour le repos de son âme le DIMANCHE 6 JUIN, à 10 heures, en l’église paroissiale de Notre-Dame des Fièvres.

 

Verre afstammelingen van deze Jean Elli stelden ons dit overlijdensbericht ter hand met de vraag of dit document enige betekenis zou hebben voor de plaatselijke geschiedenis. Inderdaad, hoewel alleen op het einde van het bericht Leuven een rol heeft gespeeld in de lange loopbaan van deze oorlogsheld, loont het de moeite om op dit verhaal dieper in te gaan. Veertig jaar heeft hij in Leuven doorgebracht.

Zijn militaire loopbaan vanaf zijn prille jeugd - hij was nauwelijks 12 jaar

wanneer hij aanmonsterde als trommelaar - kunnen we in grote lijnen leggen naast de militaire geschiedenis van Frankrijk tussen Fleurus en Waterloo. Wanneer het overlijdensbericht de grote veldslagen vermeldt waar de Franse troepen de bovenhand haalden, dan wordt toch de smalende nederlaag verzwegen die ze in Neerwinden moesten ondergaan. In het overlijdensbericht wordt dit martiale verhaal tot in de details uit de doeken gedaan. We kunnen het ons gemakkelijk voorstellen hoe de kleine trommelaar de troepen moest begeleiden aan het het hoofd van oneindig lange kolonnes die de vijand tegemoet marsjeerden om de aanval in te zetten. Pas vanaf 1796, wanneer Bonaparte - le petit caporal  -  achtereenvolgens als brigadegeneraal en legeraanvoerder en in 1804 als keizer - met zijn troepen heel Europa doorkruiste, deelt Elli van bij het begin als soldaat (een knaap van 17 jaar!), in de glorie van de veldtocht in Italië. We kunnen ons voorstellen dat hij het als een eerbetoon zal aanvaard hebben, wanneer  men hem indeelde (hij was dan 26 jaar oud) bij de Voltigeurs van het Rijnleger,  waartoe bij behoorde. Deze eenheid had tot doel de opmarsjerende troepen te beschermen tegen vijandelijke aanvallen in de flank. Een zeer beweegbaar wapen dat voorbehouden was aan lenige jonge mannen met ervaring in de strijd.

 

De slag van Austerlitz in 1805       -         Schilderij door  Baron François Gérard ( 1770-1837)

 

De mooiste herinnering zal wel geweest zijn, de glorierijke overwinning in de fameuze slag van Austerlitz, later genaamd de slag der drie keizers, wetend dat de keizer van Frankrijk hier stond tegenover de keizer van Rusland en deze van Oostenrijk. Uiteindelijk belandt Jean Elli in 1812 - nauwelijks 33 jaar oud -als zwaarverminkte veteraan in het Hôtel des Invalides van Leuven. Een ongeluk met een geluk. Want door het feit dat hem in de slag bij Wagram een arm werd afgerukt, onsnapte hij aan het

noodlot van het verdere rampzalige verloop van de Ruslandcampagne.

Zo was hij ook niet meer aanwezig bij de Völkerschlacht bij Leipzig en

moest hij ook de nederlaag van Waterloo niet meemaken.. Het zal hem een troost geweest zijn te mogen afzwaaien met de titel van ere-luitenant. De reden die hem naar Leuven bracht is moeilijk te achterhalen. Maar de locatie die hiervoor in de eerste plaats in aanmerking komt is het huidige Pauscollege op het Hogeschoolplein

 

Het Hôtel des Invalides van Leuven. Huidige Pauscollege op het Hogeschoolplein

 

Inderdaad, in de toestand waarin deze bewoners zich bevonden konden ze niet meer als gevechtstroepen ingezet worden. De kranigsten onder hen  kregen hoogstens een kleine rol toebedeeld bij de politie. Van de aanwezigheid in Leuven van Jean Elli kennen we alleen het einde van het verhaal, wanneer hij overlijdt als weduwnaar van ene Marie-Térèse Franckx. Zeven en dertig jaar heeft de grognard Elli Waterloo overleefd. In die tijd heeft hij als toeschouwer de aanhechting bij Nederland meegemaakt, de onafhankelijksstrijd in 1830 en de  laatste schermutselingen in 1831. We zullen nooit weten hoe hij op die machtswissel reageerde. Zijn lijkdienst vond plaats in de toenmalige parochiekerk van Onze-Lieve-Vrouw-ter-Koorts in de Vlamingenstraat, alsdan nog gekend als de Vleminckxstraat.

Wanneer we het dagboek consulteren van de ons welbekende kronijkschrijver Jan-Baptist Hous, die deze periode dag na dag beleefd heeft, stellen we vast dat deze slechts weinig aandacht besteedt aan het bestaan van de invaliden. Op 3 februari 1814 noteert hij wel dat er koopdag geweest is in het gewesen hotel der invaliden. Uitvoeriger worden we  ngelicht in de Aenteekeningen van zijn schoonzoon J.B. Lameere. Hij noteert op 17 januari 1814 dat de invaliden order krijgen zich klaar te  maken om te vertrekken naar Arras, alwaer er voor hen eene andere schuylplaets  gereed is; Zij hebben  het geweezen Paus-colllegie bewoond sedert Januari 1801 (p.I.214).

Enkele dagen later meldt hij ook dat er koopdag geweest is, in het geweezen hôtel der invaliden, van al de effecten, die zy, by gebrek aan

rytuygen, niet hadden kunnen  mêneemen. Meer nog: enkele dagen later, op 12 februari 1814, laat de meier A.J.D.d'Elderen weten dat allen gebooren franschman, die te Loven woont en nog zoekt daert te verblyven, van zich ter meyery  binnen de 24 ueren te begeeven, tot  het bekomen van  eene verzekerings-kaert ondervoorwaerde van zich alle acht dagen voor de stadsoverheyd aen te bieden, …foute dier aensien te worden voegt  zijn schoonvader er iets vollediger aan toe met bovendien het bericht dat al de meubelen die sich bevinden in het gewesen hotel der invaliten worden al naer Utregt in Hollant gedaen.

 
Nu zijn we op veronderstellingen aangewezen.? Wat heeft Elli beslist op die belangrijke datum? Was hij op dat ogenblik reeds geëngageerd met een jonge vrouw, die hij hier had leren kennen en is hij wijselijk bij haar gebleven? Of heeft hij zijn wapenmakkers eerst gedisciplineerd naar Arras gevolgd en is hij later - in betere tijden -teruggekeerd naar zijn geliefde? We mogen het oordeel aan onze lezers laten.

Een andere bedenking – iets later bij dit verhaal en wel na de slag van Waterloo (juni 1815) – is de volgende:

De herinnering aan Napoleon de Grote - zoals hij hier te lande in een volkslied werd genoemd - is in onze streken nog altijd zeer levendig aanwezig. Niet alleen door de herinnering aan de slag van Waterloo, waar hij in 1815 definitief verslagen werd door de geallieerde troepen van Wellington, van Blücher en von Bülow, ook niet wegens de heldhaftige weerstand die de Franse carrés boden aan het overwicht van hun vijand. Maar misschien vanwege een gelijkenis die we terugvinden in een latere titanenkamp tijdens het Duitse winteroffensief van von Rundstedt in december 1944. Toen de troepen van Wellington de laatste weerstand van de Franse carrés gebroken hadden, sommeerden de Engelsen de Franse generaal Cambronne tot overgave. Deze zou dat verzoek afgewezen hebben door hen te anwoorden met wat later le mot de Cambronne zou genoemd worden, een woord van vijf letters, beginnend met een m…. De Amerikaanse generaal mac Auliffe antwoordde met een gelijkaardig, kernachtig schuttingswoord, toen de Duitsers tijdens het von Rundstedt-offensief in december 1944  Bastogne hadden omsingeld en op het punt stonden de stad stormenderhand in te nemen. Dergelijke petit-mots in zulke omstandigheden doen het goed en blijven generaties lang verbonden met hun spreker.                                                Paul Reekmans, lic.

 

 

J.B. Hous, Leuvense Kroniek (1780-1829), J.de Kempeneer (ed.), Heverlee, 1964 ; J.B.Lameere, Aenteekeningen van merkweerdige geschiedenissen voorgevallen binnen Loven en Omliggende, Jubileumuitgave GOKLO, M.Bols e.a.(ed.) , Leuven, 1986 ; Edward de Maesschalck, Overleven in revolutietijd. Een ooggetuige over het Franse Bewind (1792-1815), Davidsfonds/Leuven.