ER IS EEN VISMARKT IN DE MAAK Editoriaal LHG
Nee dit is - helaas - geen vunzig grapje.
Maar wanneer we de algemene ontwikkelingslijn van de huidige bouwpolitiek volgen, dan moeten we met ongerustheid vaststellen dat men geen waarde meer schijnt te willen hechten aan relicten, waarvan de esthetische en de fysieke toestand nochtans gezond genoeg is om bewaard te blijven, maar die in de weg staan voor een nieuwbouwproject. Wanneer men daar dan nog het etiket "sanering" wil opkleven, dan is er reden genoeg om schoon schip te maken en kan de bouwmeester zonder scrupules zijn gang gaan. Bovendien zijn dergelijke relicten soms reeds sterk verloederd omdat de eigenaar(s) er geen blijf mee wisten, er alles en nog wat hadden in ondergebracht en uiteindelijk de vrije loop toelieten aan duiven en katten, die er een speciale techniek op na houden de slopers een handje toe te steken. Het excuus luidt dan steevast: men kan toch niet alles bewaren! Een gevaarlijk argument, dat een efemeer beleid met stoerheid denkt te moeten hanteren om een renovatie van een wijk of een site aan te kondigen.
Als typisch voorbeeld waarvoor het Leuvens Historisch Genootschap de vinger opstak om de bouwmeesters te vragen met enige schroom de vlakgom te hanteren is de Barbara-site. De invulling van de ruimte van de huidige parkeerplaats met woningbouw in een trant aanvaardbaar in het bestaand milieu kreeg onze volledige goedkeuring. Onze vraag omvatte enkele suggesties te overwegen waaronder het bewaren van een bestaand – tot hiertoe goed onderhouden gebouw - Waaistraat 2, in de plaats van het te vervangen door een pretentieuze woontoren, waarvan de eventuele bewoners de hele wijk kunnen in de gaten houden. Het verwondert ons dat in het centrum van de stad een woontoren zijn plaats zou mogen vinden, dan wanneer ooit beslist werd binnen de eerste ringmuur geen hogere bouwsels toe te laten dan de bestaande skyline van maximum vier bouwlagen boven het maaiveld.
De enige argumentatie tot toelating voor de bouw van deze woontoren beperkt zich tot de uitspraak: de grond is daar zo duur, men moèt wel in de hoogte werken om de kosten te drukken.
Men vergeet hierbij nog dat deze plaats vlakbij de beschermde zone ligt van de Predikherenkerk… of moet daar ook geen rekening mee gehouden worden?
Meer nog: hier worden andere criteria gehanteerd die elders streng worden toegepast.
De ontwerper, die het project mag uitwerken, heeft elders toch genoeg blijk gegeven van inspiratie om een soortgelijk ontwerp tot een goed einde te brengen. We vrezen –misschien onterecht – dat met dit signaal een precedent zou geschapen worden, zoals we dit reeds in onze vorige nieuwsbrief poneerden.
Omdat het bezwaar, dat door ons werd ingediend om Waaistraat 2 een kans te geven, zonder de minste duidelijke argumentatie van de tafel werd geveegd, doet vragen rijzen, waarop we hardop nog geen antwoord durven geven.
Is men het drama van de Vismarkt vergeten? Dan wordt het hoog tijd het nog eens goed na te lezen…
Met
lede ogen moet intussen nog altijd aangekeken worden tegen de olifanten in de
Brusselsestraat, die men in extremis nog een rol zou willen laten spelen, mits
er enkele verdiepingen van te amputeren. Toch blijkt er in de verste verte een
droom werkelijkheid te worden, dat de twee gedrochten ooit verdwijnen en niet
langer de ether zullen storen.
Misschien zal ooit de Blauwe Oyevaert als naaste gebuur terug zijn rol mogen spelen omwille van zijn bouwkundige, historische en economische waarde ondanks tientallen jaren lang als onbewoonbaar te zijn verklaard. Vanaf dit stoer gebouw tot aan de Cuythoek zijn alle huizen zonder uitzondering pareltjes, die slechts een opwaardering moeten krijgen om hun esthetische waarde te kunnen ontsluieren.
Terloops kunnen we het voorbeeld aanhalen, van een ander imposant gebouw, daterend uit dezelfde periode, dat in totaal meer dan een halve eeuw als een ruïne stond te vergaan en vandaag in volle glorie werd hersteld. Wie kent niet het Hôtel Métropole et de Suède in de Vital Decosterstraat? Het werd in de eerste augustusdagen van de Eerste Wereldoorlog verwoest en na een lange lijdensweg gerestaureerd vlak vóór de Tweede Wereldoorlog, wanneer het sinds mei 1940 dienst deed als Feldpost voor de bezettende Wehrmacht, maar in 1944 ten offer viel aan de gealliëerde bombardementen. Uiteindelijk werd het een koopcentrum van een Franse grootwarenhuisketen, plechtig ingehuldigd in aanwezigheid van de Leuvense prominenten, zoals een tekst het op de gevel duidelijk leesbaar vertelt.
Welke criteria kan men aanhalen om een juiste selectie te maken?
Bij de voorstelling van het ontwerp van de museumsite was het ons gegund de subjectieve redenering van de cultuurpaus Jan Hoet te mogen aanhoren betreffende het samengaan van oud en nieuw. Gewoonlijk worden zijn theorieën blindelings aanvaard op gevaar af als Beotiër te worden versleten. Maar bij de uitspraken die hij die avond ten beste gaf, waren wij als bestuursleden van het Leuvens Historisch Genootschap niet alleen maximaal verheugd, maar bovendien gaf hij ons vrijgeleide op gebied van onze redenering, die ook de zijne blijkt te zijn.
Het stak ons een riem onder het hart.
Volgens hem moet iets niet persé nuttig zijn om te bewaren, maar het mag gerust een gevoelswaarde voorstellen, die de bewaring rechtvaardigt.
Dat geldt niet alleen voor kleine gebruiksvoorwerpen, maar men kan die redenering zonder meer ook overdragen op monumentale relicten in het stadslandschap.
Jan Hoet verdedigde het verweven van bestaande elementen, zoals het herenhuis Vander Kelen, het portiek van het Vicus-Artescollege en de gevel van het Sint-Ivocollege met het eigentijdse ontwerp Beel.
Meer nog: het studiebureau Beel heeft ervoor gekozen de constructies zo te schikken dat de uitzichtpunten telkens een uitkijk geven over het historisch centrum van de stad.


Zicht vanuit Museum op historische stad (Info Leuven) Zicht op Predikherenkerk verdwijnt?
We stellen ons de vraag waar het verschil ligt tussen een bouwmeester die een project mag uitwerken voor een stad, met een vooraf welbepaald doel: een museumsite, een station of een bussenterminus, enz…, en een bouwmeester die werkt voor een bouwpromotor wiens doel alleen maar ligt in het waarmaken van een economische wet: zoveel mogelijk winst halen met inzet van zo weinig mogelijk middelen, in dit geval, grondoppervlakte.
Wanneer een vereniging, zoals het Leuvens Historisch Genootschap, waarvan de leden hun sporen op het gebied reeds hebben verworven, zich tegen een dergelijke, verwerpelijke opvatting denkt te moeten verzetten en de rol wil spelen van luis in de pels, dan kan het niet anders of de luis moet met alle mogelijke middelen gehinderd of zelfs verwijderd worden.
Welke middelen? U kent toch de stok die de hond moet slaan?
Een tweede uitspraak van Jan Hoet betrof de zin van de archeologie.
Archeologie, zo stelt hij, moet zichtbaar maken wat onzichtbaar was.
Zouden wij die stelling niet mogen verduidelijken door te beweren dat archeologie niet alleen zichtbaar moet maken, maar ook geheimen kan prijsgeven.
De wetenschap van de archeologie heeft de laatste jaren een sterke impuls gekregen door het aanvaarden door de meeste landen van het verdrag van Malta, waar overeengekomen werd dat elke wijziging of ingreep van het bodemarchief vooraf moet gegaan worden door een grondig archeologisch onderzoek.

Museumsite Tongeren Centro Historico Verona Resten Savoyecollege Museumsite
Reeds in veel gevallen heeft men moeten vaststellen dat na een grondig onderzoek van de bodem van historische gebouwen, zelfs bij de aanleg van centrale verwarming in de vloer van een gewone dorpskerk waar men stuit op resten van vroegere bouwwerken, de geschiedenis van het gebouw in kwestie volledig dient worden herschreven.
Men zou deze verplichting in één adem kunnen koppelen aan het attest voor bodemsanering dat naar ons weten toch moet voorgelegd worden vooraleer een werf te openen.
Verre van ons voor te doen als Jan Weetal, hebben we toch het recht om de aandacht te vestigen op bestaande elementen in een stadsbeeld, die aan de omgeving een eigen karakter hebben bezorgd en die men moeilijk kan uitwissen zonder het later te moeten betreuren.
…Daarom is onze vrees gegrond dat er een nieuwe Vismarkt in de maak is…