IN MEMORIAM    RIK UYTTERHOEVEN   1931-2006                    LHG                                       

 

 

Wie in Leuven op zoek was naar een iconografisch document betreffende de stad en haar omgeving, vond haast altijd en onmiddellijk wat hij zocht, wanneer hij bij Rik aanklopte in het huis Sint-Henricus, in het Groot-Begijnhof

 

Voor Rik die een onuitputtelijke collectie prentkaarten in zijn lange loopbaan had verzameld, was het een koud kunstje het gevraagde element op te diepen om de geïnteresseerde te helpen bij diens opzoekingen.

 

In zijn functie van bibliothecaris aan de faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen van de Katholieke Universiteit van Leuven, kon Rik de discipline van het beheren van het bibliografisch en iconografisch te bewaren goed in de praktijk omzetten. Bezorgd om iedereen te laten genieten van zijn verworven documentatie werden in meerdere uitgaven een grote keus van deze kaarten gepubliceerd.

 

Het begon met de reeks, "... in oude prentkaarten", uitgegeven in oblongformaat, door de Europese Bibliotheek van Zaltbommel ": Leuven in prentkaarten (in twee delen - 1972 en 1977, met daarvan zelfs een Franse vertaling), gevolgd door de aanliggende gemeente Heverlee in prentkaarten (samen met dhr A. Coopmans) (eveneens twee delen, 1974 en 1982). In het vooruitzicht ­van de viering van 150 jaar onafhankelijkheid van België verscheen in 1979 België vrij - in oude prentkaarten. Bij de illustraties zorgde Rik telkens voor een duidelijke, bondige uitleg. Ter illustratie van de Leuvense Bierfeesten, publiceerde Rik, in 1983, in eigen beheer, maar met de steun van de (toenmalige) brouwerijen Artois, een merkwaardige uitgave over Leuven, bierstad door de eeuwen heen.

 

Door het succes van deze uitgave werd hem vanaf 1985 door de plaatselijke Standaard-Boekhandel de gelegenheid geboden om zijn collectie te tonen in een reeks in A4-formaat. Zes aantrekkelijke albums volgden jaar na jaar mekaar op, ruim geïllusteerd en voorzien van een kernachtige beschrijving en commentaar, zoals Rik dat reeds tevoren had

gedaan. De reeks kreeg de titel Leuven, weleer, met telkens als ondertitel

de beschrijving van een stadskwartier: 1. Langs bekende handelsstraten naar  Sinte-Geertrui en Tempelhof (1985), 2. De nieuwe bovenstad, tussen Statiestraat en Tiensestraat (1986), 3. Langs de Oude Universiteit naar het Begijnhof: Grote- en Oude Markt en de Naamsestraat (1987), 4. Van de Volmolen tot Wilsele: langsheen de Dijlevallei en de Vaart (1988), 5. Naar de Biest en tot de Westhelling: Brusselsestraat, Kapucijnenvoer, Fonteinstraat.. .(1989), 6. Op de Westhelling en langs de Vesten (1990). Hier toonde Rik zich als de goed beslagen stadsgids.

 

Voor deze uitgave beperkte hij zich niet tot zijn ruime collectie prentkaarten, maar dook in zijn inmiddels goed gestoffeerde eigen documentatie en vond hij steun bij vrienden en kennissen, waar hij vermoedde dat er interessante

elementen te vinden waren. Met zijn steeds adequate uitleg groeide deze reeks uit tot een schat aan inlichtingen, verhalen en anekdotes, waarin "Schrijvers over Leuven" ongestoord konden putten. Tot velers verwondering en tot zijn eigen begrijpbaar ongenoegen werd - in een stadspublicatie met die titel - zijn naam, hij die zoveel geschreven had over Leuven - niet vermeld. Werden dan al zijn uitgaven en de medewerking met de universiteit, waarmee hij een deal had gesloten om in de Campuskrant cursiefjes te laten verschijnen over de Alma Mater en haar patrimonium, niet voor vol aangezien? Hieruit werd (in 2000) nochtans een schitterende uitgave gepuurd, Nostalgia Lovaniensis, een must voor elke alumnus van de universiteit en een aanrader,voor elke Peterman, die aan de hand van Rik een wandeling door de stad wil maken.

Met Greet De Neef verzorgde Rik (in 1992) een goed gedocumenteerd plaket ter gelegenheid van. 175 jaarZusters van Liefde van Jezus en Maria te Bertem. In samenwerking met Herman Van den Heuvel verscheen (in 1994) de geschiedenis van Twee eeuwen Zusters van Liefde van Sint- Vincentius a Paulo (Mater Dei) te Leuven. Samen met Chris Morias werd (in 1996) een omstandige beschrijving gegeven van de belangrijke randgemeente Heverlee (Heverlee 1846-1976: Evolutie in woord en beeld). Een pittig detail: op de achterkaft prijkt een foto van een klasje van de bewaarschool van Park, Heverlee, waar we tussen de bengels herkennen: Rik en zijn toekomstige echtgenote Yvonne. "Waar werd oprechter trouw, dan tussen man en vrouw ter wereld ooit gevonden" dichtte Joost vanden Vondel. Een betere illustratie kon niet gevonden worden. Zijn laatste - gepubliceerde -pennenvrucht legde hij in 2002 vast met een historie over 750 Jaar Leuvense Parochies.

 

Maar we vergeten niet de vruchtbare medewerking te vermelden met het Davidsfonds, waar hij schreef over het Begijnhof (zijn Begijnhof), over de Neo-Gotiek in Leuven. Hier ligt trouwens nog meer in het  zout om later te

laten verschijnen. Dit is ook het geval met de stad en het stadsarchief, waarvan we weten dat er nog meer op publicatie ligt te wachten.

 

In het tijdschrift Brabant, publiceerde hij talrijke bijdragen. Evenzo in het latere Vlaams-Brabant (1999) o.m. over De oude baan Leuven-Brussel.

Naar zijn eigen zeggen, had hij nog het meeste plezier met de bewerking in een Nederlandstalige versie van prof. Gillain's Mémoires d'un louvaniste, die hij herdoopte als De Tijd van Toen, maar ten overvloede kon illustreren met beeldmateriaal uit zijn eigen collectie.

 

Zijn spontane bereidwilligheid om samen te werken met zowel de vroegere Geschied- en Oudheidkundige Kring voor Leuven en Omgeving (1960-2003) als het huidige Leuvens Historisch Genootschap (2004), beperkte zich niet tot logistieke steun van zijn iconografische verzameling, maar betrof eveneens originele, voldragen geschiedkundige bijdragen. Bovendien was Rik gediplomeerd stadsgids. Men volgde graag zijn rondleidingen en beluisterde graag zijn causerieën, opgeluisterd met diapositieven, zoals men dat vroeger noemde. Maar zijn bevoorrecht onderwerp bleef steevast zijn Groot Begijnhof. Bij wijze van spreken, kon men zeggen dat Rik iets kon vertellen van elke tegel, van elk venstertje en wat erachter gebeurde of gebeurd was. Elke huisje wist hij met de nodige kleurrijke uitleg te strikken.

 

De begijntjes waren wel vervangen door studenten en gastprofessoren, maar onder zijn entoesiaste rondleiding kwam alles weer tot leven en schoven geruisloos de schimmen voorbij van zuster Virginie en

van pastoor Adriaan Vande Sande, de auteur van dat onuitgegeven Memorieboek. Bij Rik kon de plaatselijke pers terecht om een herdenkingskrant te vullen, zoals wanneer het ging om de gehate jaren van de twee Wereldoorlogen te herdenken.

Met het heengaan van Rik, onze goede vriend, verliest niet alleen de stad, maar heel de regio, en nog het meest haar bewoners, een gedreven gids, een aangenaam causeur. Wij - bestuur en leden van het Genootschap - we hadden hem nog veel plannen voor te leggen.

De ziekte, die hij een tiental jaren geleden had kunnen bedwingen, heeft hem nu in enkele maanden tijd geveld. We kunnen hier ook de vraag stellen: "Dood, waar is jouw zege?". Want de nalatenschap van Rik zal

zeker zijn dood overstijgen. Tot onze grote voldoening vernamen we dat de stad voorgesteld heeft de nalatenschap onder haar hoede te nemen. Na inventarisatie en klassering zullen "schrijvers over Leuven" er hun gading in vinden.

Aan Yvonne, zijn echtgenote, de kinderen en kleinkinderen en de familie bieden we in naam van het Leuvens Historisch Genootschap onze welgemeende, innige deelneming aan in het verlies dat zij komen te ervaren.

 

Het bestuur van het Leuvens Historisch Genootschap