MARGARETHAPLEIN L. Galicia 10
In de Tiensestraat, ter hoogte van de Muntstraat, staat het beeld van 'Fiere Margriet'. Elke Leuvenaar kent min of meer de legende van "Fiere Margriet", het dienstmeisje dat door inbrekers werd verkracht, daarna vermoord en in de Dijle geworpen. Haar afgedreven lichaam kwam, op zeker ogenblik, stroomopwaarts terug tot in Leuven. Ze werd patrones van de dienstmeisjes en in de St.-Pieterskerk werd er een kapel opgericht ter ere van haar.
Langs de kant van het Fochplein werd, langs de buitenzijde van het kerkkoor, volgende tekst aangebracht in een steen: “Ter ere van Fiere Margriete heeft Merten de Bock dit werck doen maken, een vischverkoper van Antwerpen (maar) een geboren poorter van Loeven. Sterf a.D.1535, 8 october”.
Tussen dit opschrift en het "vroegere" Brouwershuis (of de toenmalige Hooimarkt) begint het Margarethaplein, langsheen de St.-Pieterskerk naar het (voormalige) postgebouw lopend. Aanvankelijk heette die lange strook de Jodenstraat die, vanaf de Dorpstraat (thans Diestsestraat) , langsheen de (vroegere) kerkhofmuur liep. Ze ontleende haar naam aan de Joodse synagoge die er, waarschijnlijk nog vóór de XIV° eeuw, heeft gestaan, ongeveer op de plaats waar zich nu de zij-ingang bevindt van het gerechtshof.
J.B.Staes schreef in zijn “Wekelijksch Nieuws uyt Loven” van 1776:
“Een huys,tegenwoordigh bewoend door een oud- burgemeester en actuelen over-deken Homblé, wordt gezegd geweest te zijn de Jodekapel, waaraen de straet haeren naem ontleent. Wat daer van zij, als men de binnen-werken van het selve huys bemerkt, moet men bekennen dat het selve schijnt eenen tempel, synagoge of kapel te zijn geweest.”
Het hoeft ons dus niet te verwonderen dat afhellend gedeelte van deze straat regelmatig in het archief terug te vinden met de titel" Jodenberch". Op deze oude "Jodenberch" trof men destijds twee gangen aan: de Natiëngang en de Koffiehuisgang. Deze twee gangen stonden allebei vermeld als "Voies publiques" in de eerste Leuvense wegengids uit 1873 en zijn gelegen op het Margarethaplein, respectievelijk tussen de huisnummers 8-9 en 9-11.
De Natiëngang ontleende zijn naam aan de bekende herberg "Les Quatre Nations", waarvan Everaerts, in zijn "Quelques souvenirs de la salle Frascati", verhaalt dat in 1786 de "wals" ook hier zijn intrede heeft gedaan.
Laten we het even vertalen: "...namelijk in de zaal van de Vier Natiën waar elkeen, in de ronde geschaard, het mooie paar kwam bewonderen en toejuichen (nl. een Leuvens meisje en een Oostenrijks officier) dat voor de eerste maal te Leuven deze meeslepende dans (en muziek) kwam demonstreren".
De eerste wereldoorlog zorgde voor de verdwijning van de Natiëngang, terwijl de Koffiehuisgang bleef bestaan onder de vorm van een overbouwing langs het Margarethaplein, dienend als nooduitgang voor de voormalige bioscoop "Lovanium" in de Vaartstraat.
Een kleine inham in de Jodenstraat vormde destijds de Koraelenhoek, een benaming die haar oorspong vond in het feit dat de koorzangertjes van de St.-Pieterskerk hier een plaats kregen. Op de hoek, gevormd door de Koraelenhoek en de vroegere Jodenstraat, verhief zich toen een van de grootste en bekendste afspanningen van de stad, nl. de Wildeman.

Margarethaplein en Vleeshuis.Plan B. Juveyns Margarethaplein (1900)
Uit het dagboek van vader Mozart weten we dat hij in1763, samen met zijn muzikaal begaafd wonderkind Wolfgang-Amadeus, in dit hotel Wildeman heeft overnacht.
Die "Wildeman" werd op het einde van de XVIII° eeuw een burgerwoning. In 1849 meldde de Leuvense postontvanger, de heer Moerman, aan het stadsbestuur dat hij dit eigendom had aangekocht om er een postkantoor te vestigen, in vervanging van het postgebouw op de Volksplaats (thans Ladeuzeplein). Later werd dit gebouw omgebouwd tot privé-school van Juffrouw De Wandeleer, een instelling die in 1914 in de vlammen opging.
In 1794 werd het oude St.-Pieterskerkhof opgeheven en de ruimte, die langs deze zijde ontstond, werd samen met het hoger gelegen deel van de Jodenstraat, geëffend. Een jaar later werden dan op dit plein bomen geplant en in 1797 werd deze plaats aangewezen als markt voor de verkoop van boter. In 1805 werd er zelfs een afdak geplaatst, waar de stadswaag werd in ondergebracht, dienend voor het wegen van de boter. In 1842 werd de “Vieux Marché au beurre” en de “Vieux Marché au foin” omgedoopt in “Place Marguérite”, ter herinnering aan de volksheilige die haar kapel heeft in de St.- Pieterskerk. De huidige Nederlandse benaming is: Margarethaplein.