DIJLEBRUG BESCHERMD Jos Devos
Na een ontwerplijst van Vlaams minister voor Monumenten en Landschappen, Dirk Van Mechelen, heeft de provincie Vlaams-Brabant een gunstig advies gegeven voor de bescherming van vijf monumenten. Het gaat om het kasteel Boetfort ( ook genoemd kasteel van Madoets ) te Melsbroek, de laatgotische Sint-Quirinuskerk met kerkhof en poorthekkens te Wersbeek ( deelgemeente van Bekkevoort ), de hoeve Weverbergh te Bever (Pajottenland), de 18de-eeuwse Sint-Joriskerk van de Tiense deelgemeente Oorbeek en de Dijlebrug op de Aarschotsesteenweg te Wilsele (om het nog beter te situeren : aan de Dijledreef, net voor de nauwe spoorwegbrug).

Dijlebrug, zicht vanuit de Dijledreef Foto LHG
Van de Heer André Cresens, lid van ons genootschap en stichtend lid van SIWE (Steunpunt Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed) kregen wij een tik op de vingers en een lesje geschiedenis. Ik citeer integraal uit de e-mail die hij onze voorzitter stuurde:
Het gaat om de driebogige ijzerzandstenen brug die tegelijkertijd met het Tolhuis(waarvoor SIWE actie gevoerd heeft!!) in opdracht van de Hertog van Arenberg omstreeks 1770 gebouwd werd na de omlegging van de Dijle omwille van de aanleg van het kanaal naar Mechelen. Deze brug zat al in het eerder geblokkeerde dossier met het Tolhuis en het 17de-eeuwse Wit Huys. Wegens het nieuwe beleid van de minister is het nieuwe dossier voor de brug moeten herzien worden. Ik heb mij daar persoonlijk achter gezet door archiefonderzoek uit te voeren en een inventaris te maken van alle bruggen op Demer en Dijle in Vlaams-Brabant zodat het een thematisch dossier kon worden!
De enige andere nog gekende waterbouwkundige constructies in ijzerzandsteen zijn de 's Hertogenmolens op de Demer en het sas op de Laak, allebei in Aarschot en reeds beschermd. De ijzerzandstenen brug van de Aarschotsesteenweg over de Dijle is de enige die nog overblijft. Alle andere zijn tijdens de wereldoorlogen vernield en/of vervangen door betonnen liggers. De beschermde brug kreeg enkele jaren geleden wel een nieuwe bovenbouw, maar de oorspronkelijke struktuur werd volledig behouden. De aannemer verwonderde zich er toen al over dat de brug nog niet beschermd was.
Die mail was een reactie op een bericht in De Standaard van 10 augustus 2006 (ook verschenen in Het Nieuwsblad). Daarin wordt door een journalist geponeerd dat het Leuvens Historisch Genootschap de brug niet als historisch belangrijk beschouwt. Ook voor Natuurpunt Leuven heeft de brug geen betekenis. En de Stichting Industrieel en Wetenschappelijk Erfgoed ligt evenmin wakker van de bescherming.
Maar opgepast, kleine nuance. De heren Paul Reekmans (LHG) en Patrick Viaene (SIWE) en dus vermoedelijk ook de woordvoerder van Natuurpunt Leuven, werden op een onduidelijke wijze bevraagd.
Dat er kort op de bal moet gespeeld worden is gekend, maar niet elke berichtgeving is een vlug verslagje van een banaal ongeval. Met een seintje vooraf kan binnen de kortste tijd een gepland artikel met de nodige geschiedkundige onderbouw en een motivatie van ons standpunt dienaangaande gestoffeerd worden. De media zijn absoluut nodig en wij zijn dankbaar voor het feit dat erfgoed in de kijker wordt gezet.
Om af te sluiten. Onze voorzitter kende dat bolronde brugje op de Aarschotsesteenweg maar al te goed. Vermits Reekmans senior een behoorlijk groot stuk bos had in Wilsele en een bos onderhoud vergt, moest Reekmans junior (onze voorzitter) regelmatig mee op pad om in het zweet zijns aanschijns schaarhout te kappen. Hij herinnert zich dat aan dat smalle bruggetje, waar ternauwernood in die tijd twee personenwagens konden passeren, laat staan twee vrachtwagens, aan het laatste huis voor de brug een plakkaat hing, op ooghoogte: Verboden te wateren. Deugnieten hadden er bijgeschreven : Zo hoog pissen wij niet.