PROVINCIEDOMEIN KESSEL-LO Leo Galicia
Een paar kilometer buiten het drukke centrum van de stad Leuven, op het grondgebied van Kessel-Lo, ligt er een groene long, beheerd door de provincie Vlaams-Brabant en officieel het Provinciedomein Kessel-Lo.
Het huidige domein, dat zowat een oppervlakte moet hebben van ongeveer 100 ha, is in feite de samenvoeging van drie privé-parken: het Vijverpark, de Leopoldspark en het Van Hemelrijckcentrum.
Vóór 1914 was de gehele streek hier een uitgestrekt moeras, in de volksmond "de Rotte Wei" genoemd, maar officiëel heette het "Wittevrouwenbroeck" omdat die broekgrond al jarenlang eigendom was het Wittevrouwenklooster te Leuven (zie Huizen en straten, Hoofdstuk IV, § 465).
Het eerste initiatief ging in de jaren dertig uit van de familie Van Parijs-Martel uit Kessel-Lo, die haar moerasgronden omvormde tot een recreatiepark, het eerste in de omgeving.
Het Vijverpark bezat twee roei- en visvijvers, een zwemvijver en een plasbekken voor kinderen, een speeltuin, een baan voor rolschaatsers en een café met open terras.
Enkele jaren later, nl. in 1937, kwam het Leopoldspark tot stand, een verwezenlijking van de familie Bellefroid uit Heverlee, op gronden die waren aangekocht van afzonderlijke eigenaars. Dit park bevatte eveneens een grote roeivijver, een visvijver, een groot strand, een speeltuin en rolschaatsbaan, evenals een café met open terras.
Deze beide parken kenden een groot succes bij de Leuvense bevolking, vooral tijdens de zomermaanden. Voor de gewone burger waren, tijdens en na de Tweede Wereldoorlog, lange vakanties en grote verplaatsingen vrijwel ongebruikelijk als vrijetijdsbesteding.
Met het stijgend succes van de buitenlandse reizen, slonk later de belangstelling voor deze recreatieparken, die alzo in verval geraakten.
Het Vijverpark werd contractueel verhuurd aan de Leuvense Universiteit, die het ter beschikking stelde van haar personeel, tot de provincie Brabant het in 1971 aankocht.
Tegen het einde van de jaren zestig diende de eigenaar van het Leopoldspark een aanvraag in tot verkaveling van een deel van het park, waarop het provinciebestuur ook dit domein kocht. Het Van Hemelrijckcentrum was ook in private handen. Op een deel ervan, nl. de Molenbempt, stond vroeger de molen van de abdij van Vlierbeek. Tijdens de Franse bezetting werden die gronden verkocht aan de familie Tombeur, die eerst het molenhuis bewoonde en daarna de villa "Ter Wilgen" bouwde.
Na de tweede wereldoorlog vestigden zich aldaar de Salvatorianen, die het geheel overlieten aan de Belgische Boerenbond, welke het aanlegde als recreatiecentrum voor zijn personeelsleden. Naar de voorzitter van die organisatie kreeg het de naam "Van Hemelrijckcentrum", doch het werd later onteigend door het provinciebestuur.
In totaal bedraagt de wateroppervlakte circa 12 ha. Meer dan 30 ha weide- en hooilanden, bos- en landbouwgronden werden nadien nog aangekocht, zodat het Provinciedomein nu reikt van aan de Holsbeeksesteenweg tot tegen de abdij van Vlierbeek.
Tijdens de laatste jaren werd er nog heel wat aangelegd of verbeterd, zodat het voor de bewoners van stad en omgeving een plaats is geworden van rust en verpozing, ook al worden er velerlei sporten beoefend, zij het dan hoofdzakelijk als vrijetijdsbesteding. Het is een familiepark dat steunt op drie pijlers: recreatie, sport en educatie. Aanraders zijn het ecohuis, de kruidentuin met zonnewijzer, het bijenhuis en natuurreservaat Lovenarenbroek. Loop ook niet achteloos voorbij aan het ‘Ondeugend Meisje’ van de Limburgse kunstenares Liliane Vertessen en ‘De grote overgang’ van de Leuvense kunstenaar Willy Peeters.

Ondeugend meisje Zonnewijzer Ecohuis
De toegang tot het provinciedomein is gratis en het park is elke dag open (zomertijd 09.00 -21.00 uur / wintertijd 09.00 – 19.00 uur). De attracties zijn open van de paasvakantie tot eind september tussen 11.00 en 19.00 uur, maar wel slechts toegankelijk tegen betaling. Voorzeker een aanrader voor een groepsbezoek of met de familie.