KARDINAAL MERCIERPLEIN                 Leo Galicia                                         18      

 

Het driehoekig pleintje waar de Vlamingenstraat uitmondt in de Tiensestraat, even voorbij het Herbert Hooverplein, werd vroeger "snellenmarkt" genoemd omdat er wekelijks een markt plaatsvond van ‘snellen’. Dit zijn allerhande kruiken, potten en pannen, uit aardewerk. Het woord ‘snellen’ komt van het Duitse ‘Schnellen’, aardewerk uit vnl. Siegburg, stad in Duitsland, deelstaat Nordrhein-Westfalen. Meulemans omschrijft een snelle als een hoge, ietwat buikige pot, die in de tweede helft van de 16de eeuw opgang maakte en uit het Rijnland werd ingevoerd.

 

Aquarel Tiense straat , Kardinaal Mercierplein (copyright Belgrafica Brussels)

 

In die tijd stond er een kapelletje gewijd aan Sint-Anna, opgericht in 1620 en herbouwd in 1735, en ernaast ­een ‘borreput’ (bornput, gegraven gemetselde put). De kapel werd in 1798 door de Franse bezetter afgebroken en, om alle sporen uit te wissen, werd de plaats gekasseid. Op de waterput werd in 1799 een pomp geplaatst komende uit het opgeheven klooster van de Karthuizers en gerestaureerd in 1981.

Voor de Leuvenaar was dit pleintje eertijds "de wissel", omdat een dubbelspoor er de trams toeliet elkaar te kruisen. De verdwenen Potterijgang herinnerde nog aan de pottenbakkersactiviteit in de buurt.

In 1620 legden de aartshertogen Albrecht en Isabella de eerste steen van het nieuw klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen, gelegen tegenover de Vlamingenstraat, gesloten in 1783 en afgebroken in 1808.

De herberg ‘Belle Vue’ eertijds ‘De Groote Vele’, later ‘De Boomckens’, ooit een brouwerij, later een pottenbakkerij, werd er van vóór WO-I tot 1975 uitgebaat als restaurant door de familie Pevenage en op 26 januari 1976 heropend als studentencafé ‘Erasmus’.

 

Bij het begin van de Vlamingenstraat bevonden zich vroeger de afspanning en brouwerij ‘ De (Wilde) Swaene’, en ernaast het Sint-Niklaasgasthuis. Pelgrims en behoeftige reizigers vonden vanaf 1333 in dit gasthuis onderdak. In 1666 vestigden de Geschoeide Karmelietessen zich op die plaats in hun Sint-Niklaasklooster. Ze verbleven er tot 1783. Wat er toen nog restte aan gebouwen en tuin, kwam in 1887 in het bezit van de paters van Scheut die er in 1890 hun Afrikaans Seminarie oprichtten volgens de plannen van Joris Helleputte om aldaar de opleiding te verzorgen van hun jonge theologanten. Dit klooster werd omstreeks 1975 gesloopt om plaats te maken voor het Psychogeriatrisch Centrum, eigendom van het OCMW, en dat aansluit bij het Remy-gesticht in de Frederik Lintsstraat. Dit centrum werd nadien verder uitgebouwd langsheen de Vlamingenstraat.

Begin juli 2006 verhuisden de patiënten naar het ziekenhuis in Lubbeek omdat het OCMW besloot alle ziekenhuisactiviteiten over te hevelen naar UZ Leuven. Ondertussen namen een aantal bewoners van het woon- en zorgcentrum Kapucijnenhof er hun intrek. Het voormalige Psychogeriatrisch Centrum  heet voortaan ‘Booghuys’.

Aan het pleintje bevindt zich ook het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte. Op verzoek van paus Leo XIII (1810-1903), de paus van de encycliek ‘Rerum Novarum’ en van 1843 tot 1846 nuntius te Brussel, richtte rector Mgr. Constant F.J. Pieraerts (1881-1887) een leerstoel Thomistische wijsbegeerte op. Désiré Joseph Mercier (Eigenbrakel 21 nov. 1851-Brussel 23 jan. 1926) werd er in 1882 titularis van. Door het succes van zijn onderwijs genoot hij pauselijke steun bij de oprichting van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte, waarvan hij in 1889 voorzitter werd. Hij liet een nieuw gebouw oprichten (1894, naar de plannen van Joris Helleputte) om zijn Instituut onder te brengen.

In de periode 1892-1895 verwierf Mercier gronden palend aan het Instituut en uitgevend op de huidige Vesaliusstraat. Hier bouwde hij het Leo XIII-seminarie voor studentenhuisvesting naar de plannen van Helleputte en Piscador. De benaming is een eerbetoon aan zijn beschermer Leo XIII. Hijzelf verbleef trouwens in het huis met de fraai gerestaureerde houten gevel, opgetrokken in de jaren 1892-1893 volgens de plannen van...alweer Joris Helleputte, namelijk tot hij op 7 februari 1906 aartsbisschop van Mechelen werd benoemd.

D.J. Mercier, naar Mechelen gepromoveerd en in 1907 kardinaal benoemd, bleef een weldoener van zijn stichting. Het is niet te verwonderen dat het plein naar deze belangrijke figuur werd genoemd. Nochtans was hij niet bepaald Vlaamsgezind. Hij verzette zich fel tegen de vernederlandsing van het onderwijs in Vlaanderen, in het bijzonder van het universitair onderwijs.

Het pleintje is onopvallend, maar kan wel bogen op een rijke geschiedenis.